|
|
We spelen met alledaagse dingen, met ons lijf, onze stem, met muziek, met de ruimte,
de tijd, verhalen, materialen, met elkaar en met de hele groep. Als het maar raakt aan wat de kinderen
bezig houdt. Dat is intens, ontspannend, grappig, creatief en vooral ook heel mooi. We dansen over de
binnenwereld en de buitenwereld. Van fantasie en beleving tot sterren, wind, planeten, beestjes, vormen,
geuren, kleuren, doeken, stokken, poppen, robots... er zijn vele bronnen.
Soms slaakt een kind een zucht van verwondering tijdens een dansmoment: "O, dat is mooie muziek" of
"Juf, kijk!". De verwondering ligt in de eindeloze mogelijkheden van wat je allemaal kunt doen met een
materiaal of met je eigen lijf.
|
Van Dale zegt het zo:
|
ex.plo.re.ren (ov.ww.)
1 gebied verkennen / op bodemschatten doorzoeken
fan.ta.se.ren (onov.ww.)
1 onwerkelijke voorstellingen bedenken
2 (droombeelden) scheppen met zijn verbeelding ⇒ fabuleren, iets uit zijn duim zuigen, verzinnen
ge.nie.ten (onov.ww.)
1 genot hebben, plezier beleven
on.der.vin.den (ov.ww.)
1 ervaren 2 verkrijgen, ontvangen
be.weeg.re.den (de ~)
1 motief
|
| Een belangrijke inspiratiebron voor mijn werk is de methode
Dansspetters van Maria Speth. |
|