|
|
Wanneer ik bij een groep kinderen kom, die nog nooit met mij gedanst heeft, hoor ik vaak: "O, nee hè, we gaan toch
niet dansen?!" Als ik dan uitleg dat we niet gaan streetdancen of hiphoppen, kijken ze mij verwonderd aan...
Dan vertel ik: "We gaan dansen met ons 'danslijf' en met ons 'denkhoofd'. Je bedenkt met je 'denkhoofd' wat je met
je 'danslijf' kunt gaan doen."
|
Wanneer ik voor de volgende lessen op het schoolplein arriveer, hoor ik al van verre:
"Daar komt de speeldansjuf!", en vervolgens nieuwsgierig: "Wat heb je vandaag bij je?". De term 'Speeldans' is tijdens
een dansmoment met een groep ontstaan. "Eigenlijk doe jij speeldans", zei een kind.
In mijn danslessen is het werken met bewegingsspeelgoed een regelmatig terugkerend onderwerp. Bewegingsspeelgoed
in allerlei hoedanigheden: bij een verhaal, een thema of een lessenreeks. Door ernaar te kijken, het te onderzoeken
en het uit te proberen vertalen we de mogelijkheden naar beweging. Kinderen zijn beweging...
|
Vaak sta ik, ontroerd en met kippenvel, aan de kant te kijken hoe een kind, of
een groepje kinderen samen, datgene wat ik heb aangereikt oppikt en er zelf verder mee aan de slag gaat.
Omdat ik werk als gastdocent, staan ook leerkrachten regelmatig verwonderd naar 'hun' groep te kijken.
Later hoor ik dan: "Ik heb dat kind nog nooit zo gezien als nu in de dansles. Is dat hetzelfde kind?" of
"Dat mijn groep dat kan!" en "Het is zo eenvoudig."
Ik wil kinderen de wereld laten zien en hun eigen wereld laten ervaren.
Sleutelwoorden zijn: ontdekken, beleven, ontmoeten, voelen, gewaarworden, ondervinden, meemaken.
Ik neem ze mee op avontuur, we vinden wat verborgen is...
|
|
|